Bij Koninklijke beschikking Hofleverancier

Tijdens de regeerperiode van Koning Willem I (1815-1840) is aan diverse bedrijven de onderscheiding van Hofleverancier verleend. Het ging om ondernemingen die daadwerkelijk aan het hof leverden.

Na de troonsbestijging van Koning Willem III (12 mei 1849) werd het predikaat ruimer geïnterpreteerd en was leverantie aan het hof niet meer noodzakelijk.

De koning gaf toen als grondbeginsel aan, 'dit recht alleen te verlenen aan hen die qua soliditeit en belangrijkheid bijzonder uitmunten. Het voeren van het Koninklijk wapen strekt derhalve tot beloning van bewezen diensten bij den vooruitgang van handel en nijverheid'.

In 1897 werd door H.M. Koningin Emma Regentes, aan Gerardus Christiaan Arps Sr. het eervolle predikaat 'Hofleverancier' verleend, met het recht tot het voeren van het Koninklijk Wapen.

Aansluitend in 1901 verleende ook H.M. Koningin Wilhelmina dit recht. Door H.M. Koningin Beatrix werd deze hoge Koninklijke onderscheiding in 1991 opnieuw bestendigd.

Bij Koninklijke beschikking - Hofleverancier